ORGAANDONOR? NEEN!

 

je mag ook kiezen voor een respectvolle

bejegening van het menselijke wezen

en een respectvolle manier van sterven

Ton Verlind over orgaandonatie in de massamedia

 

"MASSAMEDIA WILLEN HUN VINGERS ER NIET AAN BRANDEN"

 

 

Ooit was hij televisiejournalist bij Brandpunt TV en directeur van de KRO. Nu is hij media-adviseur. De Stichting Bezinning Orgaandonatie schakelde hem in ter ondersteuning bij de pr voor haar congres in november 2012. Van hieruit heeft Ton ervaren dat de Nederlandse journalistiek in de massamedia een heikel probleem op ethisch-levensbeschouwelijk gebied uit de weg gaat. De massamedia laten het vrijwel volledig afweten en doen niet wat ze zouden moeten doen, namelijk volledige informatie verschaffen en dus de mensen ook informeren over de contra-argumenten.

 

Ontkennen van lastig nieuws

Het is volstrekt gerechtvaardigd een discussie te voeren of alle aspecten van orgaandonatie wel uitvoerig publiekelijk worden besproken. Dit gebeurt niet. Mensen blijken heel veel aarzelingen te hebben over orgaandonatie wat zich laat afleiden uit het feit dat zich maar betrekkelijk weinig mensen (als donor) hebben laten registreren. In de media bestaat rondom dit thema een soort ‘omerta’: laten we er maar niet over praten.

Als je er toch met tegenargumenten over begint, krijg je vaak felle reacties. Deze wijzen er doorgaans op dat er iets niet goed zit en het wordt dan overschreeuwd om het niet bespreekbaar te hoeven maken. Dat gebeurt ook als nieuws voor mensen zo bedreigend is dat ze het niet kunnen bevatten. Dan gaan ze het ontkennen. Stel dat iemand van voor jou onbesproken gedrag plotseling negatief in het nieuws komt, dan geloof je daar aanvankelijk niets van. De bodem wordt onder jouw vertrouwen weggeslagen en de eerste reactie is ontkenning. De boodschapper wordt vervolgens verdacht gemaakt en hij wordt de boosdoener. Een discussie wordt zo onmogelijk. Dit is niet alleen bij gewone mensen zo, maar zo werkt het vaak ook in de journalistiek. Dan branden ook journalisten liever niet hun vingers aan het onderwerp, zeker niet als het een emotionele lading heeft en er een mening geventileerd wordt die afwijkt van de gangbare.

 

Ingewikkeld en in de knoop

Via de massamedia worden jaarlijks allerlei campagnes ‘orgaandonor-ja’ over ons uitgestrooid. We kunnen ons afvragen of het terrein van ethische dilemma’s, waar ook orgaandonatie in valt, het terrein van de overheid is. De overheid geeft namelijk geen voorlichting via die campagnes, maar duwt ons in een bepaalde richting en dat zelfs via wetgeving. Dit gaat wel heel ver. Als de overheid vindt dat ze hier een taak heeft, dient de voorlichting in ieder geval evenwichtig en neutraal te zijn: argumenten voor en tegen. Het is opmerkelijk dat hier niet meer journalistieke kritiek op wordt los gelaten.

Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat journalisten gewone mensen zijn en dit onderwerp ingewikkeld vinden, ook emotioneel voor zichzelf. Het raakt hun eigen positie en dan komt het heel dichtbij, orgaandonor of niet. Ze zitten in de knoop met hun eigen afweging en standpuntbepaling, het is een te moeilijk onderwerp. Enerzijds wordt de druk op je gelegd om het uit sociale overwegingen wel te doen – je voelt je een zak als je het niet doet – en anderzijds voel je er een irrationeel verzet bij. Het verstand zegt ja en het gevoel zegt neen. Wie geen orgaandonor wil zijn, wordt vaak weggezet als een asociaal type en ook een journalist wil niet asociaal gevonden worden.

Dan zitten we ook nog met een overheid die ons al jarenlang brainwasht met het idee dat je asociaal bent als je je organen niet ter beschikking stelt. En dat terwijl je met vragen zit die niet beantwoord worden. Aarzelingen worden in feite niet getolereerd en plaatsen je buiten de gemeenschap. Zo is een arena gecreëerd waarin geen enkel gesprek meer mogelijk is. De uitkomst staat van te voren al vast.

De sociale controle in Nederland is heel groot. Bij afwijkende standpunten word je gelijk boos aangekeken. Zelfs mensen met misschien dezelfde aarzelingen gaan dan meedoen in een collectieve kritiek. Politieke correctheid in Nederland is erg groot en in het onderwerp orgaandonatie zitten alle tegengestelde prikkels die de discussie moeilijk of zelfs onmogelijk maken. Geen journalist wil daar zijn vingers aan branden.

 

Omerta

Hoe komt het dat zelfs kritische onderzoeksjournalisten zich niet in dit onderwerp verdiepen? Het wordt als een gevoelsonderwerp ervaren en je komt de feiten pas op het spoor als je zelf door die gevoelsbarrière heen bent gebroken. Daar hebben de meeste journalisten moeite mee. Pauw & Witteman bijvoorbeeld hebben altijd moeite met ethische onderwerpen. Ze zijn bang om in een verkeerde hoek geplaatst te worden of als een softie te worden weggezet. Dit geldt voor de Nederlandse journalistiek in het algemeen.

Het heeft ook nog met het volgende te maken. Journalisten zijn goed in het analyseren van dingen waarvan ze zelf geen deel uitmaken. Als je een analyse maakt over iets waarvan je zelf mede in het centrum staat, ontkom je er niet aan iets van jezelf bloot te geven. Daar hebben journalisten doorgaans een hekel aan. Wat orgaandonatie betreft, daar kun je als journalist niet buiten staan want het raakt ook jouw eigen leven.

Iets vergelijkbaars manifesteert zich bij het elektronisch patiënten dossier. Omwille van de sociaal-medische wenselijkheid en om de dokter niet teleur te stellen maar ja zeggen, terwijl je het eigenlijk niet wilt? Dit gebeurt. Het is moeilijk om bij emotionele onderwerpen stevige standpunten in te nemen.

Zelfs anderen aan het woord laten zodat de journalist zelf buiten schot kan blijven, blijkt vrijwel onmogelijk. Dat lukt je hoogstens als je een bekende, gezaghebbende Nederlander bent. Orgaandonatie wordt pas gethematiseerd in de media als bijvoorbeeld de koningin of een belangrijke politicus zich er tegen zou uitspreken. Het is niet voor niks dat de overheid in campagnes iconen uitnodigt om het onderwerp te positioneren, zoals bekende Nederlanders uit de sport- en muziekwereld. Zulke iconen heb je ook nodig om het tegengeluid werkelijk te laten horen. Die iconen echter hebben daar geen zijn in. Ze zijn er wel, maar treden met hun afwijkende standpunt niet naar buiten omdat ze anders heel veel over zich heen halen. Geen zin in die discussie. Het komt weer op die omerta neer: zwijgen.

 

Gesloten front

De verwevenheid van journalisten met bepaalde thema’s (orgaandonatie bijvoorbeeld) of personen (politici bijvoorbeeld) kan zo sterk zijn dat ze bepaalde vragen niet aankaarten en niet onderzoeken. Het kan ook gebeuren dat binnen deze verwevenheid bepaalde feiten niet vermeld worden. Er is echter geen sprake van ‘conspiracy’, een soort afspraak om het er niet over te hebben.

Ton is het oneens met de manier waarop de Stichting Bezinning Orgaandonatie (SBO) in de voorbereiding naar haar congres door de media is behandeld. De SBO wil in een belangrijke discussie argumenten tegen de officiële opvattingen inbrengen en doet dat op een fatsoenlijke en verantwoorde manier. Vervolgens treft ze in de journalistiek een min of meer gesloten front. Slechts een kleine christelijke krant, een regionale krant, en Dit Is De Dag van de EO hebben er heel kort aandacht aan besteed. Een enkele redacteur liet weten ook zijn twijfels te hebben aangaande orgaandonatie en er zelfs tegen te zijn, maar publiceerde er desondanks niet over. Iemand uit de televisiewereld liet weten orgaandonatie een interessant onderwerp te vinden, maar er zijn vingers niet aan te branden.

Dit alles betekent dat de campagnes die de overheid laat voeren buitengewoon effectief zijn, maar dat is nog geen reden het daarmee eens te zijn. Het is volstrekt onjuist dat de overheid niet de verantwoordelijkheid neemt ook de tegen-informatie te geven. Vanuit de medische wereld komt nog steeds geen publieke ondersteuning voor de tegenargumenten hoewel gebleken is dat die er is.

 

Overheid dient geen ethische norm te stellen

Als er straks een dwingender systeem van Actieve Donor Registratie komt, kan het zijn dat veel Nederlanders het maar laten gebeuren. Ze worden dan als donor geregistreerd terwijl dat niet overeenkomt met hun gevoel. Dit systeem dient er niet te komen. Elk systeem waarin de overheid namens jou een beslissing neemt en waarin jij in actie moet komen om die beslissing ongedaan te maken, dient uit den boze te zijn. Dit tast de autonomie van de mens aan. Als je van iemand iets gedaan wil krijgen moet je dat doen op basis van overtuiging en niet op basis van dwang. De overheid mag in ethische vraagstukken geen norm voorschrijven. Zo’n norm dient te ontstaan uit een vrije discussie tussen mensen. De overheid mag jou niet een kant opsturen die indruist tegen jouw gevoel. Er zijn immers geen democratische of veiligheidsprincipes in het geding.

De taak van de overheid is hier niet een standpunt in te nemen, maar het faciliteren van de discussie. De overheid dient bereid te zijn het resultaat van die discussie te accepteren. Wat de overheid met orgaandonatie doet, is geen discussie voeren, maar nadrukkelijk in de richting van een standpunt sturen. Dit is af te wijzen in een vrije democratie. Op andere ethische terreinen – bijvoorbeeld godsdienst – gedraagt de overheid zich anders en bemoeit zich er terecht niet mee. Dit hoort ook op het terrein van orgaandonatie zo te zijn. Het enige wat de overheid hier hoort te doen is de voor- en tegenstanders met gelijke middelen te faciliteren, maar dat doet ze geenszins.